BMX’ster Baauw in schaduw van zusjes Smulders naar wereldtop

0
36

Vrijdagochtend. Het is klokslag 11.00 uur als de hekken van het BMX-parcours op sportcentrum Papendal opengaan. Alle toppers uit het vrouwen-BMX zijn aanwezig en snellen zich naar voren. Het is een mogelijkheid om het parcours te verkennen en dus is het dringen geblazen.

De Gelderse Judy Baauw ziet het aan en maakt geen haast. Het is voor haar een thuiswedstrijd en zij hoeft, in tegenstelling tot de buitenlandse wereldtoppers, de baan niet echt te verkennen. “Ik weet hier elke steen wel te liggen”, zegt ze.

Tweede plaats in WB-stand

Op het parcours van Papendal worden dit weekend de derde en vierde wereldbekerwedstrijd verreden. Voor Baauw is het een kans om haar goede vorm door te zetten. Ze staat na twee wereldbekerwedstrijden in Manchester op de tweede plek in het klassement en is daarmee de beste Nederlandse.

En dat terwijl de ogen in Manchester in eerste instantie gericht waren op de zusjes Laura en Merel Smulders. Zij werden respectievelijk eerste en tweede op de afgelopen wereldkampioenschappen. Laura Smulders won ook de wereldbeker.

Maar er is meer talent in Nederland en dat bleek in Manchester. Terwijl de zusjes Smulders ten val kwamen, eindigde Baauw op de tweede plaats en snelde Merle van Benthem naar het brons.

Baauw ziet dat er veel aandacht uitgaat naar de zusjes Smulders, maar daar is ze niet rouwig om. “Ik vind dat eigenlijk helemaal niet erg. Ik doe het super goed en hoop een keer zelf in de spotlights te staan.”

En het is volgens haar ook geen nadeel dat ze in de schaduw staat van de zusjes Smulders. “Het zorgt ervoor dat je de underdog bent. En dat vind ik wel fijn.”

Nederland heeft op dit moment vijf vrouwen in de top-25 van de wereld. Er mogen, als Nederland genoeg punten behaalt in het landenklassement, maximaal drie vrouwen naar de Olympische Spelen in 2020.

Volgens Baauw belooft dat een mooie en spannende strijd te worden. “Juist omdat we met zoveel goede Nederlandse meiden zijn, maken we elkaar sterker.”

Als de meeste vrouwen enkele rondjes erop hebben zitten, stapt Baauw ook op haar fiets. Ze gaat één keer van start, vliegt over de hobbels in het parcours en groet wat bekenden. Het is de plek waar ze met het Nederlands team wekelijks traint.

Rivaliteit tijdens trainingen

De vrouwen oefenen hier samen, maar moeten dus ook concurreren om de olympische startbewijzen. Levert dat geen rivaliteit op tijdens trainingen?

“Nee, op de trainingen is er geen rivaliteit”, zegt ze lachend. “Je probeert de wedstrijden wel na te bootsen, dus het kan zijn dat je met de ellebogen tegen elkaar aankomt. Ik zeg altijd: op de baan zijn we geen vrienden, daarbuiten wel.”

Rob van den Wildenberg is een van de Nederlandse bondscoaches en stelt dat het Nederlandse niveau erg goed is. Dat heeft volgens hem te maken met het doorbreken van een aantal talenten.

Over de ontwikkeling van Baauw is Van den Wildenberg erg tevreden. “Ze fiets al jaren erg goed, maar het lijkt alsof ze nu een laatste stap heeft gezet naar de wereldtop. Vorig jaar heeft ze bij de WK laten zien dat ze bij de wereldtop hoort en met de wereldbeker in Manchester zette ze dat voort.”

In 2015 studeerde Baauw af als fysiotherapeute en sindsdien heeft ze zich volledig gericht op het BMX’en. Na het halen van haar diploma trainde ze een jaar keihard om naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro te gaan, maar ze viel net buiten de Nederlandse ploeg.

Er waren twee Nederlandse startbewijzen en toenmalig bondscoach Bas de Bever koos voor Laura Smulders en Merle van Benthem. Een teleurstelling voor Baauw, maar aangezien haar focus slechts een jaar volledig op BMX lag, is ze van mening dat ze zichzelf had overtroffen.

‘Gewoon thuis hier’

Ze heeft er dan ook geen moeite mee dat het parcours van Papendal een exacte kopie is van de Spelen van 2016, het eindtoernooi waar ze dus ontbrak. “Nee, het doet me geen pijn. Ik heb niet het gevoel dat ik hier op de baan van Rio fiets. Het gaat om de sfeer eromheen. Ik ben hier gewoon thuis.”

De 25-jarige Baauw heeft haar zinnen gezet op de Olympische Spelen van 2020, maar ze is niet de enige Nederlandse met dat doel. Het wordt voor de bondscoaches een moeilijke beslissing om het uiteindelijke team voor Tokio samen te stellen.

“Het is eigenlijk gewoon een luxeprobleem”, zegt Van den Wildenberg. Over de kansen van Baauw is hij duidelijk. “Als ze gewoon haar ding blijft doen, dan geef ik haar wel een grote kans om in Tokio van start te gaan.”

Maar Baauw rijdt eerst de wereldbekerwedstrijden op thuisbaan Papendal. Als het startsein wordt gegeven, weet Baauw dat ze gesteund wordt door veel vrienden en familie. “Dat is wel een kippenvelmoment. Het thuispubliek is dan aan het gillen. Dat geeft echt een goed gevoel. Ik wil hier een mooi resultaat neerzetten.”

Bron: NOS

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

twee × vijf =