Kroon had na Gold Race van 2009 ‘zin om iemands kaak te breken’

0
84

De laatste keer dat de Amstel Gold Race – de enige vaderlandse wielerklassieker – werd gewonnen door een Nederlander was het land in de ban van de MKZ-crisis, speelde Victor Sikora in Oranje en stond de single ‘Damn I Think I Love You’ van Starmarker op nummer 1 in de Top 40.

Het moge duidelijk zijn: de winst van Erik Dekker in de AGR van 2001 – hij versloeg de (later uit de uitslag geschrapte) Amerikaan Lance Armstrong in een sprint-a-deux – is een hele tijd geleden.

Waren ‘we’ er in de tussentijd dan helemaal niet dichtbij? Oh, jawel. In de editie van 2009 bijvoorbeeld. Een kopgroep van drie draaide toen de Cauberg op, met daarin twee Nederlanders. Maar de winst ging naar een Rus.

“Of mijn leven er anders had uitgezien als ik die dag had gewonnen?”, herhaalt Karsten Kroon, een van die twee Nederlanders en de nummer twee van tien jaar terug, de vraag, terwijl de zon neerdaalt op de riante tuin van zijn huis net buiten Maastricht. “Welnee joh.”

Kaak breken

De inmiddels 43-jarige oud-coureur maakt zich er niet zo druk meer om tegenwoordig. Al was dat op 19 april 2009 wel anders. “Ik weet nog dat mijn vrouw bij de finish stond en erg geëmotioneerd was, omdat ik op het podium stond”, herinnert Kroon zich.

“Ze wist natuurlijk hoe hard ik er al die jaren voor had gewerkt en hoe graag ik wilde winnen. Ze stond daar en gaf mij een knuffel, maar ik was hartstikke teleurgesteld en had daar geen zin in. Ik had wel zin om iemands kaak te breken op dat moment.”

Even terug naar het verhaal van de finale van de koers die bewuste dag. Robert Gesink, de dan 22-jarige hoop van het Nederlandse wielrennen, plaatst een aanval op de Keutenberg. Even later versnelt de Rabobank-renner nog een keer. Hij is weg.

“Dat ik daar aanviel was niet omdat ik dacht dat ik ze er op de Cauberg allemaal af zou rijden”, vertelt Gesink via de telefoon vanuit Andorra, waar hij zich flink in het zweet heeft getraind als voorbereiding op de Giro én de Gold Race.

“Ik sprong weg zodat ik met een mooie voorsprong aan de Cauberg kon beginnen, maar het bleek niet genoeg.”

Oude krijgers

Twee oude krijgers sluiten zich namelijk aan bij de jonge hond. De 34-jarige Rus Sergej Ivanov en Kroon, de 33-jarige troef van Saxo Bank. Kroon weet dat dit zijn ultieme kans is op de zege. De superbenen die hij die dag heeft, versterken zijn gevoel.

“Ik was ervan overtuigd dat ik zou winnen”, weet Kroon nog. “Gesink had kramp, dat wist ik. En Ivanov had die dag al lang in de aanval gereden. Volgens mijn logica was hij kapot. Het enige waar ik bang voor was, waren de mannen achter ons.”

De Nederlandse wielervolgers zitten op dat moment al met een verhoogde hartslag voor de buis. Twee Nederlanders die kans maken op de zege in Limburg, dat zou toch goed moeten komen? Samenwerken om die Rus te lossen.

“Welnee, natuurlijk niet”, stelt Kroon, die voor de laatste klim nog een poging doet om weg te komen. “We zaten in andere ploegen. We gunden het elkaar wel, maar voor mij was Gesink op dat moment een tegenstander, net als Ivanov.”

All-in op de Keutenberg

Van het drietal blijkt redelijk snel dat Gesink zijn kruit al heeft verschoten met zijn aanvallen. “Ik was eigenlijk vanaf de Keutenberg all-in gegaan. Achteraf gezien had ik mijn kaarten langer voor me moeten houden, met twee geslepen mannen in mijn wiel. Maar ik was al blij dat ik in die positie zat.”

Onder luid gejuich van het Nederlandse publiek bereiken de drie renners vlak voor het aanstormende peloton de voet van de Cauberg. Ivanov voorop, Kroon in zijn wiel en Gesink harkend op een meter of tien daarachter.

Het lijkt er vervolgens op alsof de vluchters in de laatste meters zullen worden ingerekend, maar dan valt het plots een beetje stil achter hen. Gesink komt weer iets dichter bij de twee koplopers, maar dan gaat Kroon op de pedalen staan.

Buitenblad op de Cauberg

“Ik reed de Cauberg op het buitenblad op, dat is een teken dat je goede benen hebt. Op het steilste gedeelte keek ik achterom, zag ik die mannen komen en ben ik op kop gaan rijden. Achteraf had ik dat misschien niet moeten doen”, zegt Kroon jaren later.

Zijn actie zorgt er wel voor dat Gesink definitief wordt gelost. Ivanov probeert vervolgens weg te springen, maar Kroon pareert, lijkt relatief simpel te kunnen volgen en kijkt nog eens om. Het publiek langs de weg schreeuwt de Nederlander naar de meet.

Dan volgt de beslissende sprint. Met iets meer dan honderd meter te gaan, gaat Ivanov aan. Het publiek houdt de adem in en wacht op het antwoord van Kroon. Maar dat komt er niet. Ivanov wordt één, Kroon twee, Gesink drie.

De toeschouwers op de tribunes kijken elkaar teleurgesteld aan. Op televisie roept commentator Mart Smeets: “Nederland staat in zijn hemd, hemelse goedheid.” En op de radio zegt Gio Lippens: “Wat laten die twee Nederlanders zich een oor aannaaien door Ivanov.”

“Onzin”, reageert Kroon als hij het commentaar hoort. “Het is niet zo dat je als twee Nederlanders samenspant tegen een Rus. Het is koers, geen oorlog.”

Volgens Gesink valt er op de Cauberg weinig samen te werken. “Het is een eerlijke aankomst. Je kunt niet pokeren, wie het hardst trapt, wint. Ik was vooral met mezelf bezig, niet met het helpen van Kroon.”

Boos op Mart

Na de finish melden de Nederlanders zich in het NOS-studiootje van Smeets. Kroon: “Hij zei tegen me dat dit de kans van mijn leven was geweest en ik nooit meer de Gold Race zou winnen. Ik weet nog dat ik toen heel boos was. Nu weet ik dat hij zijn journalistieke taak deed en dat hij er niet was om mij een goed gevoel te geven. En hij had natuurlijk hartstikke gelijk.”

Het contrast met medevluchter Gesink die dag is groot. Voor het dan 22-jarig talent is het behalen van een podiumplaats een topprestatie. De kenners zijn het erover eens: die Gesink komt ooit nog als winnaar over de meet hier.

Maar dichter bij de winst dan die zondagmiddag in 2009 komt de Varssevelder toch niet meer. “De wielersport is veranderd en ikzelf en mijn doelen ook. Ik heb me meer gefocust op de grote rondes. Toen dacht men ook dat ik nog wel de Tour ging winnen, haha”, vertelt Gesink nu.

Met zijn 32 jaar heeft de renner nog wat jaren voor de boeg, al denkt hij niet dat winst in de Gold Race er nog inzit. “Dat is meer weggelegd voor mannen die klimmetjes kunnen overleven en ook nog rap kunnen aankomen. Type-Michael Matthews.”

En ach, met al zijn ervaring maakt Gesink zich er ook niet zo druk om. “Je kunt wakker liggen over wat er niet is gelukt, maar er is ook heel veel wel gelukt en daar kijk ik met trots op terug.”

Bron: NOS

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

vier × 2 =