Na 47 jaar is materiaalman Van Bilzen net zo’n begrip als het ‘Avondje NAC’

0
20

De 73-jarige Ben van Bilzen stopt een berg kousen in een van de grote drogers. In zijn materiaalruimte – “ruimte, hè, geen hok!” – staan tientallen kratten met schone en vuile tenues opgestapeld. Vaantjes en elftalfoto’s hangen aan de muur. Evenveel kleurrijke voetbalshirts – van PSV tot die van het Amerikaans elftal – prijken aan de andere wand.

Het afgelopen dramatische seizoen stapte bij NAC de trainer op, vertrok nagenoeg de voltallige directie en werd het technisch hart van de club opgedoekt. NAC degradeerde en ging verder met een bijna compleet nieuwe spelersgroep. Niets zo vergankelijk als het personeel van een voetbalclub in de problemen. Maar de materiaalman is al bijna een halve eeuw dezelfde.

Sterker nog: Van Bilzen is voor supporters en spelers inmiddels net zo’n begrip als het ‘Avondje NAC’. Er werden gedichten over hem geschreven en spandoeken aan hem gewijd (‘Ben van Bilzen: clubheld zonder cape’), zijn portret hangt in het NAC-museum. Begin dit seizoen werd de Bredanaar zelfs boegbeeld van een clubcampagne die de verkoop van seizoenstickets moest stimuleren.

“Ik heb ooit eens van mijn hobby mijn beroep gemaakt”, zegt de bescheiden Van Bilzen. Het koffiezetapparaat borrelt op de achtergrond. Hij gaat zitten. “Het is nog steeds fijn om met jonge mensen te mogen werken. Daar hou ik me jong bij. Mij krijgen ze niet zomaar weg.”

Verzamelplek van relikwieën

Van Bilzen werkt sinds 1972 voor NAC. Door de jaren heen is zijn materiaalruimte een verzamelplek van relikwieën geworden.

Hij wijst naar een rood Twente-shirt aan de muur. “Gekregen van Theo Janssen. Die kwam weleens langs voor een bakkie koffie en een sigaretje. Toen Janssen hier met Twente kampioen kon worden, sprak ik voor de wedstrijd met hem af dat ik zijn shirt zou krijgen als dat zou lukken. Nou, gelijk na de wedstrijd kwam hij ‘m brengen.”

Zo hangen er meer shirts met een verhaal. Ze zijn Van Bilzen allemaal dierbaar. “Zie je dat gele Feyenoord-shirt? Dat heb ik gekregen van Anthony Lurling. Het shirt zou gebruikt worden voor uitwedstrijden in de Europa Cup, maar helaas, alle tegenstanders speelden zelf in het geel. Later kreeg ik ‘t van hem.”

Spelers, van de eigen club en de tegenstander, komen graag bij Van Bilzen langs. “Even naar Ben, zeggen ze dan”, vertelt hij.

“Ook met jongens die naar een andere club zijn vertrokken heb ik nog goed contact. Het eerste wat ze doen als ze weer eens hier zijn, is binnenkomen voor een praatje. Mijn geheim? Ik probeer ze gewoon zo goed mogelijk te verzorgen en dat waarderen ze wel, denk ik.”

De voetbalwereld is veranderd in de voorbije 47 jaar, zegt hij. Het verloop is een stuk groter, de tijd dat spelers zich voor jaren aan een club verbonden, lijkt goeddeels voorbij. “Af en toe is het niet bij te houden, maar ik probeer het natuurlijk wel. Ik vind het af en toe wel jammer dat bepaalde spelers weggaan, maar de voetballerij zit niet anders meer in elkaar.”

Er wordt op de deur geklopt. Luuc Eisenga steekt zijn hoofd om de hoek. De algemeen directeur van NAC komt de materiaalruimte in. “Ik kan me de eerste keer dat ik hier binnenkwam goed herinneren”, zegt hij. “Ik kreeg een rondleiding van onze huismeester. Ik had toen natuurlijk al over Ben gehoord. Ik moest even gaan zitten, even om me heen kijken en luisteren naar Bens sterke verhalen. Heb je die over Theo Janssen al gehoord?!”

Eisenga krijgt een beker dampende koffie in de handen gedrukt. De bezoeken aan de materiaalruimte hielpen de nieuwbakken hoofdbestuurder tot de identiteit van NAC te komen. “Dit is het kloppend hart van de club. Op het veld moet natuurlijk gescoord worden, maar clubs vallen of staan met historie en heel veel hartstocht. Dat komt hier allemaal samen.”

Geraniums

Het was voor Eisenga zelfs reden om Van Bilzen in de aanloop naar het nieuwe seizoen boegbeeld van een campagne te maken. De materiaalman zelf vond het allemaal wat overdreven, maar zijn foto kwam op folders en posters te staan. “Na zo’n dramatisch jaar kan je wel heel slicky reclamecampagnes opzetten, maar eigenlijk draait het maar om één ding: de liefde voor NAC. Dat hangt niet aan spelers of directeuren die komen en gaan, maar aan mensen als Ben.”

Met z’n 73 jaar heeft Van Bilzen de pensioenleeftijd al lang en breed bereikt, maar van stoppen wil hij niet weten. “Ik ben nog niet klaar om achter de geraniums te gaan zitten. Het liefst ga ik nog drie jaar door – dan ben ik 50 jaar bij de club. Bovendien, ik weet niet eens of ik voor stoppen wel de kans krijg…”

Op de achtergrond schudt Eisenga driftig zijn hoofd. “Nee, dat mag niet!”, lacht hij. “Zonder gekheid: bij NAC kunnen we alleen maar dankbaar zijn voor Ben.”

Bron: NOS

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

14 − 10 =